Een fokzeug is een moedervarken dat zorgt voor het voortbrengen van de biggen.

Zij moet goede moedereigenschappen hebben, zoals voldoende melk, zorgzaam zijn voor de biggen, rustig blijven terwijl de biggen melk bij haar drinken en voldoende spenen hebben.

Bij de aankoop van moederzeugen letten wij vooral op deze kenmerken.
Door een goede preventieve gezondheidszorg en door uitgebalanceerde voeding met vol-doende eiwitten en mineralen zorgen we dat de zeug in optimale gezondheid blijft.
Om een zeug voor te bereiden op de kunst-matige inseminatie mag een "zoekbeer" bij haar op bezoek.
Een medewerker van het varkensbedrijf verzorgt de kunstmatige inseminatie.
Aan het gedrag van de zeug, zoals het wapperen met de oren (om de aandacht van de zoekbeer en de boer te trekken), door een bepaalde manier van staan en een vaginale verkleuring kan de medewerker zien of de zeug berig (klaar om geïnsemineerd te worden) is.
Het sperma is afkomstig van een beer die eigenschappen heeft die de markt op dat moment vraagt, zoals bijvoorbeeld een langgerekt varken (sparerib) of een varken
met een sterk achterstel (voor de ham).

Vier maanden na de kunstmatige inseminatie worden de biggen geboren. Dit gebeurt in een kraamstal waar de temperatuur 26° C is. Het klimaat in de stallen wordt met behulp van computers gereguleerd. In de kraamstal is ook een lamp die warmte afgeeft waaronder de biggen zich warm kunnen houden.
Een zeug krijgt gemiddeld 10 tot 15 biggen. Het aantal biggen dat de zeug krijgt, is afhankelijk van het rantsoen, het tijdstip van insemineren en de individuele rust. De eerste 28 dagen blijven de biggen bij de zeug.
Eén van onze medewerkers ontsmet de navels van de biggen. Ook zorgt hij voor de inenting van de biggen om ziektes te voorkomen.
Elke dag controleert de verzorger de moeder en haar biggen om de kraamtijd zo voorspoedig mogelijk te laten verlopen.
Wanneer de biggen bij de moeder liggen, krijgen ze na 10 dagen brokken bijgevoerd. Spelenderwijs snuffelen ze daaraan en gaan ze aan het proeven.
Op die manier leren ze naast de moedermelk ook vast voedsel eten. Na 28 dagen kunnen de biggen zelfstandig brokken eten en gaan de biggen naar een stal met leeftijdsgenoten.